Door: Rob van ‘t Wel en Jan Fred van WijnenDé kans op een menswaardig bestaan voor immigranten in de grote stad ligt in het ondernemerschap, zegt burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam. Zijn tweede missie: hoofdkantoren naar de stad halen.
Bij zijn installatie als burgemeester van Rotterdam, nu bijna een jaar geleden, kreeg Ahmed Aboutaleb (48) een complexe crisis cadeau. Niet alleen de haveneconomie stagneert, ook het sociale klimaat is onbehaaglijk. Rotterdam prijkt nog altijd op treurige ranglijstjes, met zijn zeven achterstandswijken, zijn 28.500 bijstandstrekkers, de lage scholing, de lage inkomens en de hoge criminaliteit. Als magneet voor hoofdkantoren legt Rotterdam het af tegen de andere grote steden in Nederland. Kortom, voor de toekomst van de wereldhaven – de grootste buiten Azië – is een scherpe strategie gewenst.
Niet alleen de crisis bezorgde Aboutaleb een koude start. Ook de grootste oppositiepartij, Leefbaar Rotterdam, bracht de temperatuur omlaag (hij werd begroet als ‘representant van een bevolkingsgroep die voor problemen zorgt’ en natuurlijk als Amsterdammer). De voormalige Amsterdamse PvdA-wethouder en staatssecretaris van Sociale Zaken bleef stoïcijns werken aan zijn relatie met de gemeenteraad en met de stad. Maar in de beeldvorming is nog geen Rotterdamse aanpakker ontstaan, geen man van het volk – eerder een dossierkenner die wars is van populistische uitspraken. Zijn betrokkenheid en daadkracht worden wat versluierd door een voorliefde voor zorgvuldige communicatie. Als hij bedoelt dat de zittende middenstanders zich hufterig opstellen tegenover nieuwkomers die ook eens een winkel willen openen, dan zegt hij: ‘Gearriveerde mensen hebben de neiging om de cirkel te willen sluiten voor indringers van buiten.’
Kosmopolitische gemeente
Hoe wil Aboutaleb de ontwikkeling van zijn kosmopolitische gemeente aanpakken? Wat is zijn visie op de moderne stad, die concurreert met andere wereldsteden in het aantrekken van bedrijven en die telkens weer nieuwe groepen burgers moet betrekken in de welvaartsgroei? En welke steden zijn voor hem een interessant voorbeeld? Een gesprek in zijn werkkamer aan de Coolsingel over het aanwakkeren van ondernemingsgeest, het verleiden van multinationals en de emancipatie van immigranten. ‘Ik kan niet zoveel met zieligheid.’
Op welke ranglijstjes wilt u volgend jaar wél hoog eindigen?
‘Wacht even, zo slecht is het op sociaal-economisch vlak nog niet in Rotterdam. De werkeloosheid in de stad is gedaald, al is dertigduizend mensen in de bijstand wel gewoon te veel.
Wat kan een gemeente daar aan doen?
‘Wij moeten mensen eerder confronteren met de vraag of ze ook eigen baas kunnen zijn, in plaats van ze steeds maar weer te laten solliciteren op vaste banen. Veel mensen denken dat het niet anders kan, simpelweg omdat ze te weinig geld in de achterzak hebben. Maar ze weten niet dat je ook allerlei steun kunt krijgen. Hier vlakbij ken ik een meneer die ontzettend lang in de bijstand heeft gezeten en die nu een bakkerij met 29 mensen runt.’
Is dat een oplossing voor werkloze immigranten?
‘Het kan juist een heel goede optie zijn voor iemand die het Nederlands niet beheerst. Want de taal kan een struikelblok zijn bij het vinden van een vaste baan. Een paar deuren voorbij de bakker die ik noemde, zitten twee Kroatische dames met een eigen delicatessenzaak. Eén van hen zat langere tijd in de wao, en nu kunnen ze hun eigen broek ophouden. Het scheelt heel veel als je de potenties van mensen aanboort. Veel nieuwe Rotterdammers die, helaas, een uitkering hebben, komen uit landen waar ze hebben geleerd te overleven zonder overheid. Ik geloof heilig dat we hun overlevingsinstinct kunnen triggeren. De gemeente moet daarin heel actief zijn, het hele arsenaal uit de kast halen om mensen op dat spoor te zetten. Je kunt iemand een coach toewijzen, microkredieten aanbieden, startersleningen. En we helpen bij het vinden van huisvesting.’
Maar het leidt ook tot frictie met de bakker verderop die zonder subsidie zijn brood aan de man brengt.
‘Je moet dat dus ook gepast doen. Rekening houden met concurrentie. Maar je ziet ook dat veel mensen die hierover klagen, in het verleden ook wel eens door de overheid zijn gesteund. Gearriveerde mensen hebben wel de neiging om de cirkel te willen sluiten voor indringers van buiten.’
Vindt u ondernemerschap ook een goed middel om de integratie van minderheden te stimuleren?
‘Zeker. Maar we moeten niet vergeten dat het maar één manier is.’
Is deze aanpak typisch Rotterdams?
‘Toen ik in Amsterdam wethouder was heb ik het project Eigen Werk geïnitieerd. Dat heeft uiteindelijk 1600 mensen aan een eigen bedrijfje geholpen. Maar in Rotterdam is het geen project, het is structureel onderdeel van het beleid.’
Welke rol speelt u als burgemeester bij het aantrekken van buitenlandse ondernemingen?
‘De Rotterdamse burgemeester heeft traditioneel een stevige rol op het gebied van internationaal beleid en marketing van de stad. Ik las onlangs kritiek over de reizen van mijn voorganger. In 2008 heeft Rotterdam euro 130.000 uitgegeven aan reizen, vooral naar China en Latijns-Amerika. Maar had dat dan niet moeten gebeuren? Voor het komende halfjaar staan er bezoeken gepland aan de Verenigde Staten, Duitsland en China. Als je niet laat zien wat je in huis hebt, wordt het nooit wat.’
Wat voor type bedrijvigheid verwacht u aan te trekken?
‘Hoofdkantoren van multinationals, de creatieve sector. Er zijn prachtige voorbeelden van creatieve bedrijven in het Central District-gebied dat nu verrijst rondom het Centraal Station.
Elke grote stad wil graag hoofdkantoren, alsof dat een onomstreden voordeel is. Welk effect wilt u ermee bereiken?
‘Het brengt werk, werk en nog eens werk met zich mee. Internationale bedrijven zorgen voor directe en indirecte werkgelegenheid, versterken de Rotterdamse innovatiekracht, brengen de benodigde spin-off op gang. Ze hebben kantoorgebouwen nodig en lokale ict-diensten. Daar profiteren weer andere Rotterdamse bedrijven van.’
Kunt u nu dan zeggen op welke lijstjes u hoog wilt eindigen?
‘Het leven is niet simpel, dus dat moet u ook niet doen. Als het zo simpel was waren we er snel uit. Dan wijs je één variabele aan, één touwtje waar je aan trekt en het is opgelost. Maar in het besturen van een stad moet je aan twintig touwtjes tegelijk trekken. Het bieden van economisch perspectief is belangrijk. Evengoed is het van belang om veiligheid te bieden. Daarin speelt – en dat verwacht je misschien niet direct – ook het onderwijs een heel belangrijke rol, namelijk door het tegengaan van vroegtijdig schoolverlaten. Er is een aantoonbare relatie tussen vroegtijdig schoolverlaten en criminaliteit. Dit college heeft het aantal vroegtijdige schoolverlaters al met 20% teruggebracht. Dat helpt ook de economie vooruit. We hebben meer mensen nodig met betere kwalificaties en kansen op de arbeidsmarkt. Het gaat vaak om functies op middelbaar niveau. Iemand met een goede mbo-opleiding in de techniek of in de procesindustrie kan prima emplooi vinden. In gesprekken met bewoners benadrukken de wethouders ook dat een goede onderwijskeuze essentieel is om dat gedeelte van de economie draaiend te houden. Ik weet niet of je het weet, maar er wordt hier voor euro 15 mrd geïnvesteerd. We hebben recent een Finse partij aan boord gehaald. Die investeert in een fabriek voor nieuwe brandstoffen. Dat levert 600 nieuwe banen op.’
Het Rotterdamse adviescollege IAB, de International Advisory Board, met een keur aan bestuurders en ex-bestuurders, heeft onlangs dringend geadviseerd om het aantal wethouders te halveren. Dat zou het stadsbestuur slagvaardig maken. Vindt u dat een goed idee?
‘Het IAB doet interessante adviezen over de rol van leiderschap bij het realiseren van een excellente wereldstad. Volgens deze adviseurs hoort daar een slank maar slagvaardig bestuur bij. Maar de burgemeester gaat niet over het aantal wethouders, of over de portefeuilleverdeling in het gemeentebestuur. Dat bepalen de politieke partijen die het college vormen. Het advies van het IAB is dan ook aan hen gericht.’
Terug naar de hoofdkantoren. Wat gaat ze over de streep trekken om zich niet in Amsterdam, Utrecht, Den Haag of Groningen te vestigen, maar in Rotterdam?
‘Voor bedrijven is bereikbaarheid een heel belangrijke factor. In december gaat de TGV rijden. Schiphol komt dan op een afstand van 19 minuten te liggen van Rotterdam. Ter vergelijking: het hartje van Amsterdam komt dan op 14 minuten van Schiphol te liggen. Dat betekent dat er voor veel bedrijven een goede keuzemogelijkheid ontstaat. We hebben ook een prima zakenvliegveld, dat we binnenkort gaan omdopen tot The Hague-Rotterdam Airport. Er wordt gewerkt aan Randstadrail, ook richting Den Haag. We investeren zelf in een prachtig Centraal Station.’
Als de afstand tot Schiphol en Den Haag weinig meer uitmaakt, biedt Rotterdam dan genoeg om multinationals te verleiden?
‘Met goed personeel, veiligheid en betaalbare kantoorruimte kan Rotterdam goede sier maken. Gecombineerd met het bouwen van woningen voor het middensegment en hogere segment hebben we voldoende ingrediënten voor een goed vestigingsklimaat.’
Welk soort bedrijven heeft u op het oog?
‘In principe zijn we geïnteresseerd in alle hoofdkantoren die zich in Nederland willen vestigen. ’
Gaan we dan een tijdperk in waarin de grote steden aan dezelfde bedrijven trekken? Of ziet u de Randstad als één stedelijk gebied, waarin verschillende steden zich specialiseren op bepaalde bedrijvigheid?
‘Dat laatste vooral.’
Dus toch niet zomaar alle hoofdkantoren. Welke dan wel?
‘Met name hoofdkantoren in de creatieve sector, de zakelijke dienstverlening en natuurlijk bedrijven die verbonden zijn aan de haven.’
Bedrijven zijn steeds meer afhankelijk van een goed netwerk van toeleveranciers en kennisinstituten. Rondom Eindhoven is een sterk cluster van technologiebedrijven ontstaan, dat veel commercieel verkeer oplevert met andere Europese technologieclusters. Heeft Rotterdam ook potenties om zo’n cluster te creëren?
‘Het cluster van internationale en nationale bedrijven dat de afgelopen eeuwen rondom de Rotterdamse haven is ontstaan, is hét schoolvoorbeeld van clustering die we nu ook in andere steden zien. De haven behoort tot de modernste ter wereld en is een kenniseconomie op zichzelf. In dit cluster blijven we volop investeren. Het is nog steeds hét industriële en logistieke knooppunt van Europa. Dat is onze kracht en die moeten we meer koesteren en nog meer benutten.’
Wat is het onderscheidende kenmerk van Rotterdam, dat de stad kan uitbuiten om zijn economie te stimuleren?
‘De rivier is een geschenk. Het feit dat daardoor een bepaalde bedrijvigheid is ontstaan, moet je uitbuiten. Er zijn ongelofelijk veel bedrijven die niet alleen goederen verschepen, maar de goederen ook koppelen aan administratieve processen. Die kracht wordt ook in het buitenland herkend. Ik was onlangs in New York voor een conferentie over water. In de New York Times stond toen een mooi artikel op de voorpagina over de goederenstromen in de wereld, met tekeningen over de stromen van Azië naar Europa. De strekking van het verhaal was dat schepen in de nabije toekomst niet meer de zuidelijke route nemen, maar de noordelijke route. En je mag raden waar de goederen op die tekening in Europa aankomen. Dat is Rotterdam. Als dat daar zo wordt gezien, dan mag je rustig zeggen dat Rotterdam een behoorlijk internationaal merk is. Je moet de stad dus verkopen als de plek waar internationaal de goederen terechtkomen. En dus dat je een aantrekkelijke vestigingsplaats bent voor het internationale bedrijfsleven. Kleine stad, grote speler.’
Is dat de toekomstvisie? Rotterdam als draaischijf voor internationaal goederenvervoer?
‘Dat niet alleen, ik ben nog niet klaar. Toen ik hier kwam, was ik echt verbaasd om te zien hoe groot de creatieve sector in deze stad is. Veel Nederlanders hebben daar geen idee van. Een paar grote jongens als het internetbedrijf Mangrove en mode-ontwerper Marlies Dekkers zijn rond het Centraal Station gevestigd. Maar we hebben ook topmodeontwerpers in deze stad. En vergeet niet dat het medische cluster met zestienduizend werknemers inmiddels de belangrijkste werkgever in deze stad is. Op één van de verdiepingen van het Erasmus Medisch Centrum kun je zien wat er gebeurt met de kennisvalorisatie, dus het omzetten van kennis in klinkende munt. In heel veel landen en steden is dat niet meer dan een papieren theorie.
Toen ik lid was van de Onderwijsraad, hebben wij heel veel papier besteed aan het idee van kennisvalorisatie. Maar in Rotterdam zijn echt enkele grote wereldspelers aan het ontstaan. Die bedrijven zetten de kennis aan het Erasmus om in commerciële producten. Op grotere handelsmissies is het wijs om niet alleen het havengerelateerde bedrijfsleven daarin te betrekken maar ook de medische sector.’
Het maritieme cluster, de creatieve sector, de medische sector – is dat niet wat veel voor een scherpe marketingcampagne?
‘Je moet segmenteren. Als je een handelsmissie leidt voor de haven, dan moet je je daar op concentreren. En voor de creatieve sector moet je als Rotterdam misschien apart iets organiseren, om te laten zien dat er heel veel is. Dat heb ik in een gesprek met die sector ook nadrukkelijk gezegd: ik daag jullie uit, kom maar op. Als ze met goede ideeën komen, dan twijfel ik er geen moment aan dat het gemeentebestuur die zal ondersteunen.’
U komt steeds terug op het belang van creatieve bedrijven. Ziet u Rotterdam ook als toevluchtsoord voor een ‘creatieve klasse’ – de naam die de Amerikaanse stadssocioloog Richard Florida heeft bedacht voor talentvolle werknemers die elke paar jaar verhuizen naar een ander land? Vindt u het ontstaan van zo’n klasse ook essentieel voor een moderne, vitale stad?
‘Een toevluchtsoord is een groot woord. Maar in een internationale stad die Rotterdam wil zijn, is het van groot belang dat er ook ruimte is voor de “creatieve klasse”. Deze mensen brengen namelijk een geheel eigen dynamiek met zich mee en hebben ook een eigen behoefte; een eigen vraag. Dit creëert op die manier ook weer werkgelegenheid. Maar de klasse waar Florida het over heeft, oriënteert zich vaak op een regio; in ons geval kijken die werknemers voor vestiging ook naar Amsterdam, Den Haag en Antwerpen. Wij moeten daarin onderscheidend blijven, we hoeven geen tweede Amsterdam te worden.’
Kijkt u veel naar andere wereldsteden met vergelijkbare problemen en mogelijkheden?
‘Ook. Je kunt geweldige ideeën opdoen in andere steden. Maar tegelijk moet je naar je eigen situatie blijven kijken. In Rotterdam verdienen we geweldig veel geld op het water, maar niet áán het water. Londen doet dat wel. Daar zijn heel mooie uitgaansgelegenheden gecreëerd aan de rivier. En Washington Harbour, je houdt het niet voor mogelijk, is de magneet van Washington.’
Wat zou u bijvoorbeeld met de Maas willen doen?
‘Als je vanaf één van de torens op Rotterdam Zuid – ik zeg op Zuid, dat is me hier vrij direct en stevig bijgebracht – dus als je op Zuid naar de noordelijke kades kijkt, dan zie je één grote parkeerplaats. Dat noemde ik ook als eerste kritiekpunt toen ik binnenkwam in het college. Wethouder Bolsius zei meteen: burgemeester, u wordt op uw wenken bediend. We zijn nu begonnen met een stuk kade tussen de Erasmusbrug en de Veerhaven. Dat wordt een stadswandelpromenade met groen waar ook kiosken te vinden zijn. We hebben daar geweldige kansen laten liggen in termen van werkgelegenheid. Denk maar weer aan die kleine, startende ondernemers. Op termijn willen we zo veel mogelijk kades op deze manier ontwikkelen.’
En nog een paar stevige torens erbij, natuurlijk.
‘Ja, dat is een keuze. Amsterdam heeft ook gekozen voor wonen aan het water, maar daar gaan ze niet hoger dan een verdieping of vijf. Rotterdam moet het hebben van z’n skyline en zijn bruggen. Dat wordt erg gewaardeerd. Wij hebben gekozen voor de hoogbouw langs het water. Kantoren én woningen.’
Rotterdam profileert zich ook als klimaatstad. Wat schieten de inwoners daar mee op?
‘Om te beginnen streven we ernaar het klimaat in Nederland schoon te krijgen. Dat is goed voor de gezondheid van de mensen. En Rotterdam is goed voor ongeveer 20% van alle CO2-emissie in Nederland. Door de petrochemische industrie. We doen daar heel veel aan. En de knowhow die we daarbij ontwikkelen moeten we uiteindelijk weer kunnen verzilveren in keiharde euro’s. We hebben de kennisinstituten van universiteit en gemeente gebundeld in een clean tech-delta.’
Wat ligt binnen de macht van het stadsbestuur om zoiets te realiseren?
‘Wij faciliteren. We brengen partijen bij elkaar. En sommige dingen kunnen we zelf doen. Dit college heeft een behoorlijk bedrag uitgetrokken voor openbare verlichting. Daar komen led-lampen in. En parkeren wordt volgend jaar gratis voor elektrische auto’s. We zijn de eerste stad in Nederland die dat introduceert. We zetten ook een pilotproject op voor elektrisch tanken in parkeergarages. Oud-minister-president Lubbers is een van de eersten. Hij heeft een elektrische auto. Soms moet je de lead nemen, soms moet je faciliteren. En lobbyen in Den Haag. Ook dat is een belangrijke taak van de burgemeester.’
Kan de persoon Aboutaleb daar iets extra’s bij leveren?
‘De burgemeester in zijn algemeenheid heeft een belangrijke rol in de Haagse lobby. Als er persoonlijke contacten zijn, loopt het natuurlijk een stuk beter. Dan kun je gewoon iemands 06-nummer bellen, in plaats van via de secretaresse een afspraak te maken voor over twee maanden. Overigens vind ik wel dat burgemeesters van de vier grote steden zulke toegang moeten hebben, en mijn beeld is dat ze dat ook hebben.’
Als u tien jaar vooruitkijkt, wat voor stad ziet u dan opdoemen?
‘Een veilige, welvarende, schone stad met een mooie internationale smoel. Dat wil zeggen dat we diversiteit als kracht moeten zien en niet als bedreiging. Vergelijk het maar met New York, dat zijn kracht ontleent aan alle verschillende culturen die daar gevestigd zijn. En Rotterdam moet een stad zijn met een paar goede rode lopers. Dat zijn aantrekkelijk looproutes met allure naar de binnenstad. Die gaan wij krijgen bij het Centraal District, zodat mensen zich welkom weten in deze stad.’
Zal de samenstelling van de bevolking veranderen? Komen er met die gewenste hoofdkantoren ook meer kosmopolitische werknemers die elke drie jaar in een ander land wonen?
‘Ja, maar het moet ook een stad zijn die de onderkant niet vergeet. Je moet niet verzanden in alleen maar grote beelden of schilderijen. Een stad dus die ook kan zorgen voor de mensen die echt niet verder kunnen. Een stad die mensen vooral wijst op kansen en ze niet bestendigt in hun zieligheid. Ik kan ook eerlijk gezegd niet zoveel met zieligheid. Van zieligheid is nog nooit iemand beter geworden. Dus zelfs tegen iemand met een klein restvermogen moeten we zeggen dat we dat benut willen hebben. Dat is de actieve rol die de stad moet uitdragen.’
Source: http://www.fd.nl/artikel/13791330/interview-hogerop-metropool